|
Inleiding
Dazen zijn middelgrote tot grote vliegen. In de streek
worden ze vaak aangeduid met de naam “horzel” of “(h)urzel”(*).
Ze zijn niet onmiddellijk de beste vriend van de wandelaar,
visser, … omdat hun steekgedrag vaak pijnlijke reacties tot
gevolg heeft. (Dazen behoren tot de weinige stekende
vliegen). Het zijn echter ook vliegende juweeltjes met
schitterend gekleurde ogen. Met een veertigtal soorten in
België komen ze qua aantal soorten in de buurt van
sprinkhanen en krekels, lieveheersbeestjes, libellen, …,
maar zijn ze veel minder bekend.
Het determineren tot op geslacht is echter niet zo moeilijk,
en met enige ervaring lukt dit ook (vrij vlot) tot op
soortniveau. Jammer genoeg vormt de algemeenste soort in de
streek nu net een moeilijk te onderscheiden duo met een
andere soort.
Kenmerken
Dazen behoren tot de primitieve vliegen, met sterk
geaderde vleugels. Ze zijn groot tot zeer groot
(steeds groter dan 6 mm). De meeste soorten hebben
bloedzuigende vrouwtjes (Enkele soorten leven van
stuifmeel, mannetjes zuigen nooit bloed). De bekendste dazen
bij ons hebben bovendien een vlekkentekening op de vleugels
(opgelet : geen kenmerk voor alle dazen !!!)
Detail-kenmerken die hen onderscheiden van andere vliegen
zijn:
- drieledige antenne, soms is derde (=grootste)
antennelid schijnbaar verdeeld in
meerdere leedjes
- de vleugeladering heeft een gevorkte ader nabij de
vleugeltop en een langwerpige cel in
het midden van de vleugel (discaalcel)
- elke poot eindigt in twee klauwtjes en drie
kussentjes
- het schildje bevat geen sterke doorns (een sterk op dazen
gelijkende, zeldzame vlieg
heeft een paar doorns op het schildje)
De grote facetogen raken elkaar bij de mannetjes vooraan op
het gezicht over een ruime
afstand (met één uitzondering) en zijn bij de vrouwtjes van
elkaar gescheiden.
Voedsel
Tijdens het korte leven van de volwassen dieren (enkele
weken tot anderhalve maand) eten dazen niet zo veel.
Mannetjes bezoeken soms bloemen (schermbloemigen, …) en deze
meeste vrouwtjes zuigen bloed. Dit zeer voedselrijk bloed is
hoofdzakelijk bedoelt voor de ei-productie en niet voor
“eigen gebruik”. De niet-bloedzuigende vrouwtjes bezoeken
ook bloemen en hebben blijkbaar genoeg aan nectar om hun
eitjes te laten rijpen.
De steek van de bloedzuigende vrouwtjes gaat gepaarde met
een speekselproductie. Dit speeksel zorgt er in eerste
instantie voor dat het bloed niet stolt. Het veroorzaakt
echter ook de reactie van jeuk, pijn en zwelling bij het
slachtoffer (bij de meeste mensen veel heviger dan een
muggenbeet). Naast de reactie op het speeksel is er ook nog
het overbrengen van ziektekiemen door dazen. Dit is echter
een (uitgebreid) verhaal dat later misschien nog wel eens
aan bod komt.
Levenscyclus
Ei:
Eitjes worden in
pakketjes gedeponeerd op takjes en bladeren, vaak in een
vochtige omgeving.
Afhankelijk van de weersomstandigheden komen de eitjes na
3-13(-30) uit. De larve vallen op de vochtige bodem of in
ondiep water.
Larve:
Afhankelijk van de
soort en het aanbod eten de larven zowel plantaardige als
dierlijk voedsel, dood of levend. Jagende soorten zouden
slakken, wormen en vliegenlarven (ook kannibalisme) eten.
De larve vervelt 7 tot 11 keer om tenslotte te verpoppen.
Pop:
Een kort popstadium
1 tot enkele weken wordt doorgebracht op een vrij droge
plaats. De larve verplaatst zich dus net voor het verpoppen
vanuit het water of de vochtige bodem naar een droge plaats
om te verpoppen. Het uitkomen van de pop gebeurt in de late
nacht/vroege ochtend en de pas ontloken vlieg kruipt op
takken, paaltjes, gras, … op in de zon op te warmen in uit
te harden.
Imago (volwassen daas):
Na het opdrogen en
uitharden leeft de Daas nog enkele weken (zie ook bij
voedsel). In die weken zoeken de mannetjes een vrouwtje. Per
soort verschilt hierbij de strategie: enkele soorten
verdedigen een territorium en blijven zwevend ter plaatse om
de concurrentie weg te jagen (cfr. zweefvliegen),bij andere
soorten wachten de mannetjes bij geschikte plaatsen om
eieren af te zetten tot er een vrouwtje komt, of gaan zelfs
opvallend in de vegetatie met hun (gevlekte) vleugels zitten
zwaaien om vrouwtjes te lokken. Na de paring zoeken de
vrouwtjes een eiafzet-plaats en …. De cirkel is rond.
Verspreiding
Wereld
Het aantal soorten
in de wereld wordt geschat op 3500-4000, met ca. 170 soorten
in Europa. Ze komen zowat overal ter wereld voor, behalve op
Antarctica, IJsland en enkele eilanden in de Grote Oceaan.
Ze zijn het soortenrijkst in tropische en subtropische
regio’s. (Maw. Het valt hier nog wel mee met die
“steekbeesten” ;-))
België
In België werden tot
op heden 39-40 soorten waargenomen, waarbij er een aantal
met zeer lokale waarnemingen: een 3-tal soorten bereiken in
de Gaume hun noordgrens, een 4-tal zijn typische
ardennen-soorten en een 5-tal soorten beperkte zich tot het
oosten van het land (Kempen, Hoge Venen, land van herve,…)
Vlaamse Ardennen/Zuidelijk Oost- en West
Vlaanderen
De
“gewoonste” (lees: meest waargenomen wegens “ai, er steekt
hier iets”) soort in de streek is de Gewone Regendaas
(en wellicht ook de sterk gelijkende Grijze regendaas)
http://natuur-forum.be/topic.asp?TOPIC_ID=5594 .
Deze soort is algemeen in vochtige gebieden en kan het de
wandelaar knap lastig maken. Makkelijk herkenbaar aan de
gevlekte vleugels (zie ook foto bovenaan deze pagina). Deze
Daas komt in stilte (<-> muggen) aangevlogen, zet zich
zachtjes neer en je merkt ze vaak pas op als het te laat is:
gestoken. Bij het bloedzuigen laat ze zich bovendien nog
niet zo makkelijk wegjagen ook niet (wat wel de gelegenheid
geeft om ze “rustig” te observeren ;-))
Verder komen ook de Grijze runderdaas (vrij grote
vlieg van ±2cm) (http://natuur-forum.be/topic.asp?TOPIC_ID=4378
en
http://natuur-forum.be/topic.asp?TOPIC_ID=5721)
en de Langsprietdaas (± 12 mm, opvallend lange
voelsprieten) af en toe in de streek voor (ook in tuinen).
Deze zijn echter minder hardnekkig in het aanvallen van
mensen en kiezen andere prooien.
De prachtige Goudoogdazen worden al wat minder
gezien, maar behoren ook tot de mogelijkheden (http://natuur-forum.be/topic.asp?TOPIC_ID=1316&whichpage=12)
. Goudoogdazen kiezen wel mensen als bloedbron en vallen
meestal aan op het hoofd (in tegenstelling tot Regendazen
die benen (en armen) als aanvalszone kiezen.
Theoretisch kunnen er in de streek (midden en zuiden van
Oost- en West-vlaanderen) wel een 20-tal soorten worden
waargenomen.
zie ook nog
http://natuur-forum.be/topic.asp?TOPIC_ID=412&whichpage=5
Om een goed idee te
krijgen van de waar te nemen soorten (en evt. foto’s van
deze soorten te bekijken) kan je terecht op de site :
hthttp://waarnemingen.be/soortenlijst.php?g=18&f=29&q=&z=1&p=0&page=1tp://waarnemingen.be/soortenlijst.php?g=18&f=29&q=&z=1&p=0&page=1
Alle
waarnemingen van Dazen, vragen rond Dazen, … kan je kwijt op
het forum. >>

De
Belgische genera van Dazen
in opbouw
Bronnen : zie boekentip
Literatuur: zie boekentip
(*)
Echte horzels zijn niet-stekende vliegen, van wie de larve
als inwendige parasieten in zoogdieren leeft.
Dazen en dazenlarven
|