Classificatie.
Pissebedden (keldermotten) worden ten
onrechte vaak als insecten aangeduid, maar
het zijn kreeftachtigen. Het zijn de enige
kreeftachtigen die zich volledig aan het
leven op het land hebben aangepast. Toch
zijn er ook nog heel veel soorten die in zee
of in zoet water leven.
Fysiek.
De
diertjes zijn circa anderhalve centimeter
lang en een halve centimeter breed, ze
hebben twee voelsprieten, zeven paar
pootjes, een plat lichaam, een hard
uitwendig skelet en ze ademen door kieuwen.
Sommige soorten hebben naast hun kieuwen ook
een soort longen ontwikkeld, waardoor ze nog
onafhankelijker geworden zijn van water.
Pissebedden hebben een pantser van tien
plaatjes die over elkaar heen schuiven,
sommige soorten rollen zich bij dreigend
gevaar op.
Vervellen.
Groeiende pissebedden verliezen hun harnas
ongeveer eens per vier weken, eerst valt het
achterste deel af, ongeveer twaalf uur later
het voorste deel, ze eten het afgevallen
harnas op om de kalk weer te gebruiken voor
hun nieuwe jasje.
Leeftijd.
Pissebedden kunnen anderhalf tot twee jaar
oud worden.
Wat eten Pissebedden?
Plantaardig materiaal.
De
belangrijkste voedingsbron
van pissebedden is
plantaardig materiaal,
rottend blad en rottend
hout. Ze ruimen het afval in
de natuur op.
Omnivoren.
Pissebedden zijn in
hoofdzaak vegetariërs
(planteneters), maar worden
toch beschouwd als omnivoren
(alleseters), tijdens
droogte-periodes schakelen
ze over op een aaskever
menu, ze eten dan ook dode
dieren.
Uitwerpselen.
De hele
jonge dieren eten de
uitwerpselen van de ouders.
Bij extreem voedselgebrek
eten pissebedden zelfs hun
eigen uitwerpselen, om de
weinige daarin nog aanwezige
voedingsstoffen nogmaals te
verteren.
De voortplanting
De
paring.
Vrouwtjespissebedden paren meerdere
keren per jaar met meerdere
mannetjes. Het paren gebeurt 's
nachts, daardoor is het zelden te
aanschouwen. Een paringsbereid
vrouwtje wordt door een mannetje
herkend aan de geur die zij
verspreidt. Het mannetje klimt op
het paringsbereid vrouwtje, likt
haar kopje en trommelt minutenlang
op haar rug met zijn pootjes. Dan
verschuift hij naar een diagonale
positie op haar rug en bevrucht haar
aan één kant. Daarna neemt hij een
tegenovergestelde diagonale positie
in om haar andere kant te
bevruchten, een vrouwtje heeft twee
vagina's en een mannetje twee
penissen. De spermaoverdracht duurt
circa vijf minuten voor iedere kant.
Eitjes.
De voortplanting
van pissebedden gaat door middel van
eitjes. Het vrouwtje draagt de
eitjes in een zogenaamd
broedbuideltje, een met een
beschermende vloeistof gevuld,
langwerpig zakje, onder haar lichaam
tussen het tweede en vijfde paar
pootjes. Deze eitjes zijn met het
blote oog nauwelijks te zien. Het
aantal eitjes dat het vrouwtje
produceert neemt toe naarmate het
vrouwtje groter is. De larven komen
na ongeveer vier weken uit de
eitjes. Door het bewegen van de
larven breekt na een aantal dagen
het broedbuideltje open en komen ze
te voorschijn.
Meteen
zelfstandig.
Al vroeg in het
voorjaar komen de eerste kleintjes.
De jongen zijn meteen zelfstandig.
De kleintjes lijken op de volwassen
dieren, zijn maar twee millimeter
groot en nog helemaal wit.
Pissebedden planten zich voortdurend
voort (behalve als het zomers erg
heet is). Daardoor kunnen ze, onder
gunstige omstandigheden
(temperatuur, vochtigheid en
voedsel), een ruimte snel bevolken.
Soorten
Wereldwijd zijn er
ongeveer negenhonderd soorten bekend. Bij
ons komen er zo'n zevenendertig soorten
voor. Bijna iedereen weet
wel hoe pissebedden er uitzien, maar weinig
mensen kunnen de soorten uit elkaar houden.
Op grond van de vorm van het lichaam en het
gedrag kunnen vier groepen onderscheiden
worden, de "renners, de "kruipers, de
"vastklampers" en de "oprollers".
De "renners"
hebben een slank lichaam en lange poten. Ze
rennen zeer snel weg als ze verstoord
worden.
De "vastklampers"
hebben een breder en platter lijf. Als ze
verstoord worden, drukken ze zich tegen de
ondergrond aan.
De "oprollers" kunnen zich oprollen
tot een balletje. Ze zien er dan uit als een
klein grijs pilletje. Soorten die veel
voorkomen zijn: Oniscus asellus en Porcellio scaber.
O. asellus is grijs en een beetje
glanzend. Op het lijf zitten vaak lichtere
vlekken. Deze soort hoort bij de
"vastklampers" P. scaber is egaal donkergrijs en bij
de kop vaak een beetje roodbruin. Een andere
algemene soort, Armadillidium vulgare,
hoort bij de "oprollers". Ze komen op wat
drogere plaatsen voor en kunnen ook overdag
actief zijn. Ze hebben een wat boller
lichaam dan de andere soorten.
Oniscus
asellus
Armadillidium
vulgare
Een korte
beschrijving van de gewoonste soorten
Pissebedden.
Kelderpissebed (Oniscus
asellus)
Eén van de gewoonste
pissebedden is de Kelderpissebed (Oniscus
asellus). De Kelderpissebed huist op iets
vochtiger plekjes, omdat zijn kieuwen altijd
vochtig moeten blijven.
Ruwe Pissebed (Porcellio scaber)
Nog zo'n veel voorkomende
soort is de Ruwe Pissebed (Porcellio scaber).
Omdat deze soort naast kieuwen ook een soort
longen heeft ontwikkeld, kan het Ruwe
Pissebed ook met wat minder vocht ademen en
zij zijn dan ook te vinden op plaatsen die
voor de Kelderpissebed te droog zijn.
Mospissebed (Philoscia
muscorum)
De Mospissebed (Philoscia
muscorum) is iets kleiner en heeft wat meer
tekening dan de Kelderpissebed. Normaal is
deze soort heel erg snel, maar als je in het
heel vroege voorjaar stenen en stukken hout
omdraait, valt het met die snelheid nog wel
mee. In bossen is dit een algemene soort.
  |
Pillenpissebed
(Armadillidium vulgare ) |
|
Het Gewone oprolpissebed
of Pillenpissebed (Armadillidium vulgare )
heeft de best ontwikkelde 'longen' en kan op
de droogste plaatsen leven. Oprolpissebedden
zijn van de andere pissebedden te
onderscheiden doordat ze zich bij verstoring
oprollen. Daarnaast zijn de
achterlijfsaanhangsels niet langwerpig maar
kort en nauwelijks zichtbaar. Dit is ons
algemeenste oprolpissebed. De andere soorten
zijn veel zeldzamer.
Zwartkoppissebed (Porcellio
spinicornis)
Het
kleurige Zwartkoppissebed (Porcellio
spinicornis) is minder algemeen, deze soort
is meestal te vinden op oude muren en het is
het enige pissebed dat zelfs op
zon-beschenen muren rondloopt.
Mierenpissebed (Platyarthrus
hoffmannseggi)
Veel kleiner dan de
soorten hierboven is de Mierenpissebed (Platyarthrus
hoffmannseggi). Het diertje wordt nog geen
halve centimeter lang, is opvallend wit en
heeft geen ogen. Het leeft altijd in
mierennesten, waar het vermoedelijk leeft
van door de mieren gekweekte schimmels en
afval.
Paars drieoogje (Trichoniscus
pusillus)
Het Paars drieoogje (Trichoniscus
pusillus) is ook zo'n dwergsoortje, het
leeft in composthopen, in de grond, onder
stenen, hout of bladstrooisel. Het is een
algemene soort, maar omdat ze zo klein zijn,
heb je wat meer aandacht nodig om ze te
zien. Indien verstoord bewegen ze
nauwelijks. Ze zijn vaak roodpaars gekleurd,
maar soms zijn ze ook anders gekleurd,
bijvoorbeeld geheel transparant. Het oog is
klein en bestaat slechts uit drie 'puntjes'.

Havenpissebed ( Ligia oceanica)
Nog een speciaal beestje.
Met zijn 3 cm lengte is de Havenpissebed (
Ligia oceanica) de grootste pissebeddensoort
die op het land in Noordwest-Europa
voorkomt. Je vind ze algemeen langs alle
kusten van de Noordzee, vooral 's nachts
vlak boven de hoogwaterlijn, op stenige
ondergrond.
Gewone waterpissebed ( Asellus aquaticus)
Het Gewone waterpissebed
( Asellus aquaticus) is ons algemeenste
pissebed in sloten en plassen. Deze diertjes
kunnen niet buiten het water leven.
Pissebedden als huisdier
Je
vindt pissebedden vaak onder stenen of
in kelders. Ze worden ook wel
keldermotten genoemd. Ze zitten vaak in
grote aantallen bij elkaar.
Andere plaatsen die voor de pissebedden
een goede leefomgeving vormen zijn:
onder dood en in rottend hout, in
spleten van boomschors, in de
composthoop en ook tussen bladeren aan
de voet van een heg.
Je
kunt ze het best met de hand vangen. Als
je een steen vindt waar pissebedden
opzitten, kun je ze er voorzichtig
afschuiven. Grote exemplaren kun je ook
tussen duim en wijsvinger vastpakken.
Pissebedden kunnen voor niet al te lange
tijd gehouden worden in betrekkelijk kleine
bakjes, bijvoorbeeld. Margarinekuipje of
broodtrommel, maar voor een langer verblijf
is een grotere bak toch aan te bevelen. Een
(oud) aquarium is ideaal, pissebedden kunnen
niet tegen gladde wanden opklimmen, dus geen
risico van ontsnappen, in een beetje
aquarium kunnen een groot aantal pissebedden
leven.
Leg
een laag compost van enkele centimeter,
zodat de pissebedden kunnen graven, in de
bak. Doe er een laagje losse bladeren
bovenop, maak het af met wat stukjes hout,
schors en stenen. Als er ruimte is, mogen er
ook nog terracotta potten bij. De inhoud van
de bak moet vochtig (maar niet nat) gehouden
worden, dit kan eenvoudig met een
huishoudplantenspuit.
Pissebedden eten allerlei soorten fruit en
groente(schillen). Ze lusten graag
aardappel, wortel, tomaat, pompoen en
paddestoel.
Het is
interessant de diertjes te bestuderen, in
het begin zullen ze zich verstoppen, maar
langzamerhand gaan ze wennen aan kijkers.
Allergie.
Pissebedden mogen dan niet de meest voor de
hand liggende huisdieren zijn, ze zijn
eenvoudig te houden en niet duur in
onderhoud, een leuk alternatief als er
huisgenoten zijn met een allergie voor
harige huisdieren. Ze kunnen voor langere
tijd alleen gelaten worden (geen vakantie
oppas nodig), ze blaffen niet en krabben ook
niet aan de meubels.
|
|
|
|