Pissebedden   Isopoda                  Ronny De Clercq

Classificatie.

Pissebedden (keldermotten) worden ten onrechte vaak als insecten aangeduid, maar het zijn kreeftachtigen. Het zijn de enige kreeftachtigen die zich volledig aan het leven op het land hebben aangepast. Toch zijn er ook nog heel veel soorten die in zee of in zoet water leven.

Fysiek.

De diertjes zijn circa anderhalve centimeter lang en een halve centimeter breed, ze hebben twee voelsprieten, zeven paar pootjes, een plat lichaam, een hard uitwendig skelet en ze ademen door kieuwen. Sommige soorten hebben naast hun kieuwen ook een soort longen ontwikkeld, waardoor ze nog onafhankelijker geworden zijn van water. Pissebedden hebben een pantser van tien plaatjes die over elkaar heen schuiven, sommige soorten rollen zich bij dreigend gevaar op.

Vervellen.

Groeiende pissebedden verliezen hun harnas ongeveer eens per vier weken, eerst valt het achterste deel af, ongeveer twaalf uur later het voorste deel, ze eten het afgevallen harnas op om de kalk weer te gebruiken voor hun nieuwe jasje.

Leeftijd.

Pissebedden kunnen anderhalf tot twee jaar oud worden.
 


Wat eten Pissebedden?

Plantaardig materiaal. 

De belangrijkste voedingsbron van pissebedden is plantaardig materiaal, rottend blad en rottend hout. Ze ruimen het afval in de natuur op.

Omnivoren.

Pissebedden zijn in hoofdzaak vegetariërs (planteneters), maar worden toch beschouwd als omnivoren (alleseters), tijdens droogte-periodes schakelen ze over op een aaskever menu, ze eten dan ook dode dieren.

Uitwerpselen.

De hele jonge dieren eten de uitwerpselen van de ouders. Bij extreem voedselgebrek eten pissebedden zelfs hun eigen uitwerpselen, om de weinige daarin nog aanwezige voedingsstoffen nogmaals te verteren.

 



De voortplanting

De paring. 

Vrouwtjespissebedden paren meerdere keren per jaar met meerdere mannetjes. Het paren gebeurt 's nachts, daardoor is het zelden te aanschouwen. Een paringsbereid vrouwtje wordt door een mannetje herkend aan de geur die zij verspreidt. Het mannetje klimt op het paringsbereid vrouwtje, likt haar kopje en trommelt minutenlang op haar rug met zijn pootjes. Dan verschuift hij naar een diagonale positie op haar rug en bevrucht haar aan één kant. Daarna neemt hij een tegenovergestelde diagonale positie in om haar andere kant te bevruchten, een vrouwtje heeft twee vagina's en een mannetje twee penissen. De spermaoverdracht duurt circa vijf minuten voor iedere kant.

Eitjes.

De voortplanting van pissebedden gaat door middel van eitjes. Het vrouwtje draagt de eitjes in een zogenaamd broedbuideltje, een met een beschermende vloeistof gevuld, langwerpig zakje, onder haar lichaam tussen het tweede en vijfde paar pootjes. Deze eitjes zijn met het blote oog nauwelijks te zien. Het aantal eitjes dat het vrouwtje produceert neemt toe naarmate het vrouwtje groter is. De larven komen na ongeveer vier weken uit de eitjes. Door het bewegen van de larven breekt na een aantal dagen het broedbuideltje open en komen ze te voorschijn.

Meteen zelfstandig.

Al vroeg in het voorjaar komen de eerste kleintjes. De jongen zijn meteen zelfstandig. De kleintjes lijken op de volwassen dieren, zijn maar twee millimeter groot en nog helemaal wit. Pissebedden planten zich voortdurend voort (behalve als het zomers erg heet is). Daardoor kunnen ze, onder gunstige omstandigheden (temperatuur, vochtigheid en voedsel), een ruimte snel bevolken.


Soorten

Wereldwijd zijn er ongeveer negenhonderd soorten bekend. Bij ons komen er zo'n zevenendertig soorten voor. Bijna iedereen weet wel hoe pissebedden er uitzien, maar weinig mensen kunnen de soorten uit elkaar houden. Op grond van de vorm van het lichaam en het gedrag kunnen vier groepen onderscheiden worden, de "renners, de "kruipers, de "vastklampers" en de "oprollers".

De "renners" hebben een slank lichaam en lange poten. Ze rennen zeer snel weg als ze verstoord worden.
 

De "vastklampers" hebben een breder en platter lijf. Als ze verstoord worden, drukken ze zich tegen de ondergrond aan.


De "oprollers" kunnen zich oprollen tot een balletje. Ze zien er dan uit als een klein grijs pilletje. Soorten die veel voorkomen zijn: Oniscus asellus en Porcellio scaber.
O. asellus is grijs en een beetje glanzend. Op het lijf zitten vaak lichtere vlekken. Deze soort hoort bij de "vastklampers"
P. scaber is egaal donkergrijs en bij de kop vaak een beetje roodbruin. Een andere algemene soort, Armadillidium vulgare, hoort bij de "oprollers". Ze komen op wat drogere plaatsen voor en kunnen ook overdag actief zijn. Ze hebben een wat boller lichaam dan de andere soorten.

  Oniscus asellus                              Armadillidium vulgare   

 

Een korte beschrijving van de gewoonste soorten Pissebedden.
 

                    Kelderpissebed (Oniscus asellus)

Eén van de gewoonste pissebedden is de Kelderpissebed (Oniscus asellus). De Kelderpissebed huist op iets vochtiger plekjes, omdat zijn kieuwen altijd vochtig moeten blijven.


      Ruwe Pissebed (Porcellio scaber)

Nog zo'n veel voorkomende soort is de Ruwe Pissebed (Porcellio scaber). Omdat deze soort naast kieuwen ook een soort longen heeft ontwikkeld, kan het Ruwe Pissebed ook met wat minder vocht ademen en zij zijn dan ook te vinden op plaatsen die voor de Kelderpissebed te droog zijn.
 


       Mospissebed (Philoscia muscorum)

De Mospissebed (Philoscia muscorum) is iets kleiner en heeft wat meer tekening dan de Kelderpissebed. Normaal is deze soort heel erg snel, maar als je in het heel vroege voorjaar stenen en stukken hout omdraait, valt het met die snelheid nog wel mee. In bossen is dit een algemene soort.


Armadillidium vulgareArmadillidium vulgare  

 

 

    Pillenpissebed
    (Armadillidium vulgare )

 

Het Gewone oprolpissebed of Pillenpissebed (Armadillidium vulgare ) heeft de best ontwikkelde 'longen' en kan op de droogste plaatsen leven. Oprolpissebedden zijn van de andere pissebedden te onderscheiden doordat ze zich bij verstoring oprollen. Daarnaast zijn de achterlijfsaanhangsels niet langwerpig maar kort en nauwelijks zichtbaar. Dit is ons algemeenste oprolpissebed. De andere soorten zijn veel zeldzamer.


Foto van Porcellio spinicornis     Zwartkoppissebed (Porcellio spinicornis)

Het kleurige Zwartkoppissebed (Porcellio spinicornis) is minder algemeen, deze soort is meestal te vinden op oude muren en het is het enige pissebed dat zelfs op zon-beschenen muren rondloopt.
 


     Mierenpissebed (Platyarthrus hoffmannseggi)

Veel kleiner dan de soorten hierboven is de Mierenpissebed (Platyarthrus hoffmannseggi). Het diertje wordt nog geen halve centimeter lang, is opvallend wit en heeft geen ogen. Het leeft altijd in mierennesten, waar het vermoedelijk leeft van door de mieren gekweekte schimmels en afval.
 


Terrestrial and Freshwater Crustaceans - Trichoniscus pusillus      Paars drieoogje (Trichoniscus pusillus)

Het Paars drieoogje (Trichoniscus pusillus) is ook zo'n dwergsoortje, het leeft in composthopen, in de grond, onder stenen, hout of bladstrooisel. Het is een algemene soort, maar omdat ze zo klein zijn, heb je wat meer aandacht nodig om ze te zien. Indien verstoord bewegen ze nauwelijks. Ze zijn vaak roodpaars gekleurd, maar soms zijn ze ook anders gekleurd, bijvoorbeeld geheel transparant. Het oog is klein en bestaat slechts uit drie 'puntjes'.


 

 

 

 

    Havenpissebed ( Ligia oceanica)

Nog een speciaal beestje. Met zijn 3 cm lengte is de Havenpissebed ( Ligia oceanica) de grootste pissebeddensoort die op het land in Noordwest-Europa voorkomt. Je vind ze algemeen langs alle kusten van de Noordzee, vooral 's nachts vlak boven de hoogwaterlijn, op stenige ondergrond.
 


     Gewone waterpissebed ( Asellus aquaticus)

Het Gewone waterpissebed ( Asellus aquaticus) is ons algemeenste pissebed in sloten en plassen. Deze diertjes kunnen niet buiten het water leven.



Pissebedden als huisdier

De vangst. 

Je vindt pissebedden vaak onder stenen of in kelders. Ze worden ook wel keldermotten genoemd. Ze zitten vaak in grote aantallen bij elkaar.
Andere plaatsen die voor de pissebedden een goede leefomgeving vormen zijn: onder dood en in rottend hout, in spleten van boomschors, in de composthoop en ook tussen bladeren aan de voet van een heg.

Je kunt ze het best met de hand vangen. Als je een steen vindt waar pissebedden opzitten, kun je ze er voorzichtig afschuiven. Grote exemplaren kun je ook tussen duim en wijsvinger vastpakken. 

Het aquarium.

Pissebedden kunnen voor niet al te lange tijd gehouden worden in betrekkelijk kleine bakjes, bijvoorbeeld. Margarinekuipje of broodtrommel, maar voor een langer verblijf is een grotere bak toch aan te bevelen. Een (oud) aquarium is ideaal, pissebedden kunnen niet tegen gladde wanden opklimmen, dus geen risico van ontsnappen, in een beetje aquarium kunnen een groot aantal pissebedden leven.

De indeling.

Leg een laag compost van enkele centimeter, zodat de pissebedden kunnen graven, in de bak. Doe er een laagje losse bladeren bovenop, maak het af met wat stukjes hout, schors en stenen. Als er ruimte is, mogen er ook nog terracotta potten bij. De inhoud van de bak moet vochtig (maar niet nat) gehouden worden, dit kan eenvoudig met een huishoudplantenspuit.

Voedsel.

Pissebedden eten allerlei soorten fruit en groente(schillen). Ze lusten graag aardappel, wortel, tomaat, pompoen en paddestoel.

Bestuderen.

Het is interessant de diertjes te bestuderen, in het begin zullen ze zich verstoppen, maar langzamerhand gaan ze wennen aan kijkers.

Allergie. 

Pissebedden mogen dan niet de meest voor de hand liggende huisdieren zijn, ze zijn eenvoudig te houden en niet duur in onderhoud, een leuk alternatief als er huisgenoten zijn met een allergie voor harige huisdieren. Ze kunnen voor langere tijd alleen gelaten worden (geen vakantie oppas nodig), ze blaffen niet en krabben ook niet aan de meubels. 

 


 

 

 

 

    
      
 
  home          invertebraten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  terug