|
Vlooien
zijn bijzonder goed aan hun speciale levenswijze aangepast.
Door hun harde taaie chitinepantser is het vrijwel
onmogelijk ze plat te drukken, en het hoge, platte lichaam
stelt ze in staat zich zeer snel tussen haren en veren door
te bewegen. Mocht dit alles falen, dan beschikt de vlo nog
over de mogelijkheid om er met een geweldige sprong vandoor
te gaan. Een sprong van 30 cm lijkt misschien niet veel, het
is echter meer dan tweehonderd maal de lichaamslengte van de
vlo. Voor een mens zou dit neerkomen op een sprong van 350 m
!

|
Algemeen
Vlooien behoren tot de Pterygota
of Vleugelinsecten. Zij hebben bovendien een volledige metamorfose (Endopterygota).
Dit wil zeggen dat ze starten als eitje (fig 1) waaruit larven komen
(fig 2) die zich, via een cocon (fig 3) verpoppen (fig 4). Het
verpopte imago (volwassen dier) bevindt zich in deze cocon in
“slaaptoestand” tot wanneer trillingen en warmte een nieuwe gastheer
aankondigen.

fig 1
fig 2
fig 3
fig 4
De larven zelf
leven van afval en uitwerpselen van volwassen vlooien. De condities
voor het herbergen van de larven bepalen welke soort vlo bij welke
gastheer zal blijven. De larven vertonen grote gelijkenis met
vliegenlarven en tegenwoordig denken wetenschappers dat vlooien het
meest verwant zijn aan de Schorpioenvliegen (Mecoptera). In huis
kunnen we, zowel de eitje als de larven vinden in kattenmandjes,
sofa’s, bedden en dergelijken. Als er voldoende voedsel aanwezig is
spinnen de larven na twee a drie weken een cocon waarin ze zullen
verpoppen tot imago. Deze cocon is kleverig en wordt daardoor
perfect gecamoufleerd met afvalresten en stof. Imago’s of volwassen
dieren wachten rustig af tot er een nieuwe gastheer zich aanmeldt.
De volwassen dieren zijn meestal bruin tot heel donker en zijn
zijdelings afgeplat. Het zijn enkel deze volwassen dieren die
parasiteren en het bloed zuigen van de gastheer. Vlooien tellen zo’n
1850 verschillende soorten wereldwijd waarvan er een vijftigtal bij
ons voorkomen. De meeste soorten worden echter maar zelden
opgemerkt, alhoewel ze massaal voorkomen. Vlooien hebben (met recht)
de slechte reputatie van het verspreiden van ziekten. Het wisselen
van (tussen)gastheer zorgt ervoor dat vlooien dikwijls, via de
geïnfecteerde monddelen, een ziekte overdragen van de ene gastheer
naar de andere. Het meest treffende voorbeeld betreft de Rattenvlo (Xenopsylla
cheopsis). Deze vlooien waren besmet met de bacil Pasteurella pestis.
Bij een erge besmetting is het spijsverteringskanaal van de vlo
geblokkeerd door een overvloed van bacillen zodat de uitgehongerde
vlo elke gastheer dankbaar aanneemt en de Rat ruilt voor een andere
gastheer, waaronder de mens. Elke keer echter de uitgehongerde vlo
probeert bloed te zuigen komen de bacillen in de nieuwe gastheer
terecht. In de periode tussen 1347-1350 (slechts drie jaren)
stierven in Europa al 25 miljoen mensen aan de pest. Veel meer dus
dan gelijk welke oorlog! Niet alleen de pest, maar ook tal van
andere ziekten kunnen via de vlo verspreid worden, murine vlektyfus,
hondenlintworm, longpest, myxomatose zijn slechts een paar
voorbeelden. Gelukkig zijn bij ons, dankzij de tegenwoordige
hygiënische omstandigheden, slechts weinig gevallen bekend. Vlooien
kan je enkel weren door ervoor te zorgen dat de larven geen
geschikte levensomstandigheden vinden. Dus regelmatig de
kattenmandjes en/of hondenmanden ontsmetten of verversen.