Geen brandnetels vereist                            Ronny De Clercq

 

 

De geruststellende waarheid over wild-tuinieren

Vrij vertaald naar ‘No Nettles Required’; The reassuring truth about wildlife gardening.

 

Dit leuke boekje vond ik bij een Britse ‘Wildlife Bookshop’. Het is recent verschenen bij Eden Project Books en geschreven door Ken Thompson, een planten ecologist werkzaam aan de Universiteit van Sheffield en sleutelfiguur in een onderzoeksproject naar de ‘Biodiversity of Urban Gardens in Sheffield’, kortweg BUGS genoemd. Een project dat de biodiversiteit van stadstuintjes in de Britse stad Sheffield onderzocht. Een drie jaar durend onderzoek dat startte in 2000. Ongeveer de helft van het 180 pagina’s dikke boekje refereert naar bevindingen van dit onderzoek en verder wordt er vaak verwezen naar het werk van Jennifer Owen, een vrouw uit Leicester, die in haar boek ‘The Ecology of a Garden: The First Fifteen Years’, uitgegeven door de Cambridge University Press, het verslag doet van 15 jaar inventariseren en bestuderen van wat er allemaal leeft in haar eigen tuin. Haar boek beslaat de periode vanaf 1972.

‘No Nettles Required’ is een aanrader voor elkeen die de natuur in eigen tuin nauw aan het hart ligt. Voor wie minder vlot Engels leest, geef ik hier graag een korte samenvatting van dit enigszins eigenzinnig werkje.

‘We zijn allemaal wild-tuinierders, of we het willen of niet, we delen onze tuin met honderden, zoniet duizenden verschillende vliegen, kevers, spinnen, bijen, wespen en andere creaturen, om maar te zwijgen over enkele muizen en vogels’

Welk ‘wild’ bewoont onze tuin ?

Tijdens haar 15 jaar durende onderzoek in haar eigen, middelgrote tuin in de randstad van Leicester, ontdekte Jennifer Owen naar eigen schatting niet minder dan 8000 soorten! Minstens 1723 soorten werden op naam gebracht. Ongeveer een derde van alle bekende Britse ongewervelden waren in haar tuin gezien, sommige dagelijks, andere slechts één keer in de 15 jaar! De meeste soorten waren algemeen, andere zeldzaam, sommige werden voor het eerst waargenomen in Engeland en enkele soorten waren zelfs nooit eerder beschreven! Stel je voor, er zijn zelfs voor de wetenschap nog nieuwe soorten te ontdekken in onze eigen tuin! Het gaat er enkel om, dat je àlle kleine beestjes moet bekijken en proberen te identificeren. Zo ontdekte Owen verschillende nieuwe soorten parasitaire wespjes!

Geen unicum blijkt, want recent ontdekte iemand in Tervuren in zijn konijnenkot zelfs een nieuwe spinnensoort!

Van de gewervelde dieren waren, zoals te verwachten, de vogels het soortenrijkst in Owen’s tuin. In die 15 jaar zag ze 49 verschillende soorten en als je enkele ontsnapte kooivogels meetelt, kom je aan 54.

Negenennegentig procent van de diersoorten in Owen’s tuin zijn dus ongewervelden! En toch gaan de meeste boeken over wildvriendelijk tuinieren over vogeltjes, padden, egels en soms ook over vlinders. Negenennegentig procent van de dieren die onze tuin bewonen worden radicaal genegeerd! Over het hoofd gezien! Toch zijn het precies die kleine kruiperds die écht in onze tuin wonen, want om eerlijk te zijn, de overgrote meerderheid van de vogels en andere ‘grote’ beesten zijn gewoon bezoekers in onze tuin! Ons Roodborstje, onze eekhoorn moeten we delen met de hele buurt. De leefwereld van de vele kevers, slakken en pissebedden om er maar enkele te noemen, beslaat vaak maar een gedeelte van onze tuin. Dat zijn de beestjes die we écht de ‘onze’ kunnen noemen, waarvoor wij kunnen zorgen dat hun biotoop geschikt blijft!

Hoe maken we onze tuin ‘wild’-vriendelijk ?

In de meeste werken over natuurvriendelijk tuinieren wordt je aangeraden je tuin te beplanten met inheemse planten. Uit het onderzoek van BUGS blijkt dat het er eigenlijk helemaal niet toe doet of je beplanting inheems is of niet. Trouwens wat is inheems, stel je voor dat Schotland morgen onafhankelijk wordt, dan is plots een groot gedeelte van de nu inheemse Britse flora dat niet meer!. Toen de USSR uiteenviel, was op slag het aantal inheemse planten in al de nieuwe onafhankelijke staten gedecimeerd! Voor de overgrote meerderheid van plantenetende insecten en andere invertebraten, doet het er niet toe of een plant ‘inheems’ is of niet. De overgrote meerderheid van de planten die geschikt zijn om in onze tuinen te groeien, stammen uit gelijkaardige klimaatzones in de noordelijke hemisfeer. Tot aan het Tertiaire tijdvak vormden Noord-Amerika en Eurazië één grote landmassa. Op geologische schaal bekeken zijn de planten die in Japan, Engeland of Washington groeien, nog allemaal nauwe verwanten en voor insecten die bepaalde gewassen als voedsel gebruiken, doet het er weinig toe waar een plantensoort vandaan komt. Het is de chemische samenstelling die van belang is! Enkel planten die bvb. uit Nieuw-Zeeland of Australië zouden komen, zijn voor onze insecten meestal oneetbaar. Ongeveer 40% van de invertebraten zijn planteneters. Voor spinnen en andere ongewervelden die carnivoor zijn, doet het er al helemaal niet toe welke soorten planten er in de tuin groeien. Ook het soort prooien dat ze kunnen vangen maakt niet zoveel uit.

De bewering dat inheemse planten beter zouden zijn voor het dierenleven in onze tuin, is dus voor 90% niets meer dan mythe!

Er zijn inheemse planten waar nauwelijks enig insect iets moet van hebben en er zijn uitheemse planten die voedsel bieden aan tientallen soorten! Van de 15 voor insecten populairste voedselplanten in Owen’s tuin, waren er slechts 6 inheems!

Wat onze tuin aantrekkelijk maakt voor vlinders en bijen e.d. zijn de bloeiende planten. De soort doet er dan niet zoveel toe, belangrijk is dat de bloemen zo dicht mogelijk bij de wilde vorm staan! Bij volle, veredelde rozen bvb. zijn de meeldraden bloemblaadjes geworden, zodat er geen stuifmeel meer te eten is! Kevers zoals Gouden tor, Penseelkever en Rozenkever bezoeken in onze tuin liefst de halfdubbele rozen, vol met meeldraden en extra houvast en beschutting dankzij de extra bloemblaadjes! De wilde en enkelbloemige rozen in onze tuin hebben bij deze kevers minder succes ...

Wat wel een extra dimensie aan je tuin geeft, zijn bomen, hagen en struiken. Hoe meer variatie in de begroeiing, des te meer verschillende niches er te vullen zijn door steeds weer nieuwe soorten.

Behalve in ruimte, kan je ook in tijd je tuin aantrekkelijker maken. Probeer ervoor te zorgen dat er heel het jaar door bloemen zijn in je tuin! Dankzij bepaalde winterbloeiende, uitheemse struiken kan dat nu écht bijna jaarrond! Het resultaat hiervan is dat bvb. hommelnesten in tuinen dubbel zo snel groeien als die op de bloemenarmere ‘buiten’.

Iets wat in geen enkele wild-tuin zou mogen ontbreken, is de composthoop! Een composthoop is een biotoop op zich en voor veel soorten van levensbelang. Talrijke soorten die vroeger leefden in plantaardig afval dat zich opstapelde in bvb. holle bomen e.d., vinden nu een geschikt leefmilieu in deze uitvinding van de laatste decennia. Bovendien biedt de composthoop in de winter een warm, beschut onderkomen voor soorten die vroeger enkel zuidelijker konden overleven. De opmars van kevers zoals de Gouden tor en de Neushoornkever, danken we uitsluitend aan de composthoop!

Een tuinvijver is ook een verrijking voor je tuin, een half meer of een badkuip, het maakt niet zoveel uit. Wat wel een verschil maakt, is of er vis in zit of niet. Wie veel kleine beestjes wil, kan natuurlijk beter geen vis in zijn vijver hebben!

Een element dat gemakkelijk toe te voegen is aan de meeste tuinen, is een stukje lang gras! Een biotoopje dat direct nieuwe soorten aantrekt.

Tenslotte: dood hout is een element dat ook in onze natuur eerder zeldzaam geworden is. Daarom is het goed, als je dat kan, een houtstapel te hebben in je tuin, hoe dikker de stammen, des te beter. Gedeeltelijk verzonken in de bodem als het kan. In Engeland zou zelfs het Vliegend hert in dergelijke houtstapels iets zien, maar in elk geval zal het een kweekplaats worden voor allerlei boktorren e.d.

Wat mogen we verwachten ?

Tuinen zijn het beste wat de natuur kan overkomen. Het meeste akkerland zou er flink op vooruit gaan, mocht het worden omgezet in tuinen. Toch zijn niet alle zeldzame soorten beestjes te redden in onze tuin.

Eén derde van de Britse invertebratenfauna werd waargenomen in de tuin van Jennifer Owen, vrijwel allemaal soorten die het goed doen op voedselrijke bodem. Maar het zijn juist de soorten die afhankelijk zijn van zeldzame planten die enkel groeien op voedselarme gronden, die met uitsterven bedreigd worden.

Het is niet dat planten van voedselarme grond het ook niet zullen doen in rijkere tuingrond, maar dit zijn meestal trager groeiende planten, die in een natuurtuin zullen worden weggeconcurreerd door weelderiger groeiers. Wie er de energie wil in steken kan allerlei zeldzame planten proberen te kweken, dat op zich heeft al nut, maar of je ooit de bijbehorende fauna in je tuin zal mogen verwachten ?

Zeldzame planten kweken geeft dus voor de bio­diversiteit van je wild-tuin niet veel resultaat, be­halve voor de planten zelf dan. Algemene plantensoorten kweken geeft dat evenmin! Kleine toefjes brandnetels in je tuin laten groeien voor de rupsen, blijkt weinig zinvol. Meestal vinden de soorten die op brandnetel leven, buiten je tuin veel aantrekkelijker brandnetels om hun eitjes op af te zetten. Brandnetels zijn dus geen vereiste voor een wildvriendelijke tuin.

Voor kleine beestjes heeft de grootte van je tuin of de ligging, eventueel midden de stad, weinig belang. Het BUGS-onderzoek wees uit dat er in een kleine tuin, midden in de stad, tot 1400 soorten beestjes kunnen gevonden worden! De streek waar je woont en de gemiddelde temperatuur zijn van meer belang. Hoe warmer, hoe rijker. Voor vogels en zoogdieren, zal je wel meer soorten mogen verwachten als je wat meer tegen ‘den buiten’ woont. Veel van die beesten hebben gewoon meer ruimte nodig om een leefbare populatie te kunnen handhaven. Hoewel in sommige Britse steden de Vossen en marters al goed zijn ingeburgerd!

Besluit

Ook al komt in Owen’s tuin ‘slechts’ één derde van de Britse fauna voor,. Owen’s tuin beslaat ook maar 0,0001 % van alle Britse tuinen. Het onderzoek van BUGS in Sheffield, een honderdtal kilometer van Leicester, voegde al een hele lijst tuinbewonende soorten toe, die Owen nooit in haar tuin had gezien.

De tuintjes die BUGS onderzocht waren heel divers en elk type tuintje bleek zijn eigen soorten te hebben. Beestjes die het in dié tuin, bij dát type van onderhoud goed stelden!

Uit deze beperkte vergelijking kan dus worden verondersteld dat in alle Britse tuinen samen, zeker tweederde van alle Britse fauna te vinden zal zijn, allicht zelfs meer!

Al zullen er zeker soorten zijn die in geen enkele tuin hun thuis zullen vinden, het belang van tuinen voor de biodiversiteit werd duidelijk grondig onderschat, evenals het belang van tuinen als corridor tussen natuurgebieden.

We kunnen allemaal ons steentje bijdragen aan het behoud van de soortenrijkdom, door zeker geen insecticiden te gebruiken en onze tuin zo in te richten dat er milieutjes ontstaan die elders zeldzamer worden.

Maar ook al doe je niets speciaal, dan nog is je tuin zoals hij nu is, misschien net perfect voor één of andere bijzondere loopkever!

Er is van alles wat we kunnen doen om de natuur in onze tuin te helpen, maar misschien is niets doen even goed’

 

 

 

 

 

    
 
   home             
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  terug