Verslag van een weekend
Hugo
Verschelden
Naar
‘traditie’, het is toch al het tweede jaar, trok Lampyris er een
heel weekend op uit om in het veld naar insecten en andere
invertebraten te zoeken. Ditmaal kozen we voor de mooie
Ourvallei op het randje van België, onze Oostkantons hebben
immers nog heel wat aan natuur te bieden. Gerda en Bryan
reserveerden een volledig hotelletje in Schönberg, zodat we alle
ruimte en vrijheid kregen om er een ‘veldlabo’ in te richten.
Bino’s, loepen, determineertabellen, boeken en andere middelen
stonden ter beschikking van de deelnemers om de gevonden
specimen op naam te brengen. De excursies werden in een
voorafgaande exploratie van het terrein, met de welwillende hulp
van Christa, in het activiteitenplan opgenomen. Verder stopten
de organisatoren in het al ruime en gevarieerde programma nog
nachtvlindervangsten, allerlei demonstraties en voordrachten
door specialisten. Zelfs bij regenweer mocht niemand zich ook
maar een moment kunnen vervelen. Zoals zou blijken was de zomer
2008 ons zelfs na bijna twee maand ellende en smurrie nog steeds
niet te best gezind.
Het begon al op
vrijdag bij onze uitstap naar de groeve van Adler, waar Gerda
ons in de geologie van het landschap zou inwijden. Tijdens de
opeenvolgende stortregens hoorden we van de spreekster hoe dit
landschap werd gevormd en welke gesteenten men er kon vinden. De
weergoden bleven echter het boeiende thema storen. Het koude
water gleed letterlijk in onze laarzen. Als natte en wat
verloren kippen drentelden we rond over het stenige terrein.
Maar opgeven en afdruipen deden we niet. In de vloed wist zelfs
iemand onder ons tussen de leisteenscherven een Levend barende
hagedis en enkele salamanders op te pikken. Meteen ook de eerste
levende vondsten van het weekend. De organisatoren waren wat
blij dat er al iets te rapen viel, want bij zo’n weer schuilt
zelfs een insect in het droge.
Al gaat onze voorkeur naar de kleine beestjes, toch dient
onmiddellijk te worden opgemerkt dat onze interesse veel ruimer
is. Zo kwamen op de volgende wandeling in de vallei van de
Kolvenderbach ook de regenbestendige planten ruim aan bod. Want
die kennis is in onze open werkgroep en bij de meegekomen gasten
gelukkig ruim aanwezig. Zelfs de rest van de dierenwereld
behoort tot onze interessesfeer. Zoals trouwens uit dit
verslagje blijkt.
Na de vloed van de
dag ebden we weg bij de warme haard, waar we onze zompige
schoenen te drogen legden. Intussen voerde Bryan, de
spinnenspecialist, ons naar de wereld van de huiselijke spinnen.
Onze welbespraakte ‘spiderman’ vertelde ons welke potige en
nuttige diertjes in ons huis voorkomen en welke we best in ons
hart kunnen sluiten. Wat later op het terras onder het afdak
ontstak Marc, onze vlinderspecialist, de kwikdamplamp om
mogelijk toch enige nachtvlinders te verschalken. Wat hem bij
dit koude weer blijkbaar toch onverwacht enige vangst opleverde.
Enkelen van ons waagden zich nog aan een kleine avondwandeling.
Met een ‘bat-detector’ spotte Christa naar vleermuisjes, terwijl
Hugo, sterren- en verhalenliefhebber, in het donker minder
succes had. Hij kon zijn verhaal bij de sterren niet brengen
omdat sterren nu eenmaal niet van regenwolken houden. Het
aangename gezelschap trotseerde echter alle depressies en zorgde
bij een goed glas voor een zonnig afsluiten van de regendag.
De nieuwe morgen
beloofde beter, al dreven er nog steeds wat zwangere wolken aan
de hemel. Het werd naderhand toch een dag met gejuich en
vreugdekreten bij de ontdekkingen. Nu is het te moeilijk om hier
alles op te sommen, toch meen ik dat ik de lezer enkele
hoogtepunten niet mag onthouden.
Op deze bewuste
dag rolt Peter, een gedreven natuurliefhebber uit het verre
Putte, een stronk terzijde en vindt daar onder het rottend hout,
na tien jaar vruchteloos zoeken, zowaar opnieuw een
Vuursalamander. Een volwassen dier dat volgens deze
allround-kenner een leeftijd van veertig jaar kan bereiken. De
man glundert bij zijn ontdekking. De aanwezige fotografen laten
dan ook gulzig hun sluiters werken om dit prachtige dier op de
gevoelige chip vast te leggen. In de namiddag grist Peter zowaar
een tweede dier vanonder een houtstronk. Ditmaal een jong
beestje dat, na twee volle jaren in de watercouveuse, uit de
beek aan land is geklommen. Het frêle diertje dient nog wel
grotere gele vlekken op de huid te krijgen, maar die groeien wel
met de jaren. Bij het zien van deze peuter met mooie ogen
verdringen zich alweer de fotografen. Bij de projectie van de
vele foto’s later op de avond kon men zowaar gaan denken dat er
daar in de Oostkantons een overvloed van deze dieren leeft…
Na de tocht langs
de Mackenbach en de Treisbach onder een matig zonnetje was heel
wat determinatiemateriaal voor handen. Maar de dag bleek nog
niet ten einde. Medeorganisator Bryan trok zijn broek uit en
stond zowaar als bij toverslag in zwembroek met schepnet en
emmer klaar. Dit tot verwondering en gejuich van de omstanders
die hun blikken niet konden afwenden van deze moedige man. Met
ontblote benen wandelde die zowaar de Our in! Het water stroomde
wild om zijn blote benen en was volgens de omstanders werkelijk
ijzig. Toch kreeg hij één moedige volgeling, Peter uit Putte,
terwijl de anderen afwachtend bleven toezien op wat er gebeuren
ging. Tussen de rotsen en onder de stenen zocht onze expert in
krabben en kreeften naar Rivierkreeftjes. Geschaarde beestjes
die hier een jaar geleden nog (massaal) bleken te zitten. Na een
kwartier stenen wentelen geloofde er eigenlijk al niemand meer
in maar de verbeten kreeftenvanger gaf niet op. Verbaasd keken
we toen hij beet kreeg en met de blote hand (en onder ijselijk
gegil) zowaar een mannelijk exemplaar uit het water tilde. Wat
later volgde er nog eentje en daarna nog een kleintje. De vangst
bleef echter tot deze enkele exemplaren beperkt en ze werden na
onderzoek weer te water gezet. Wie mogelijk aan het eten van
kreeft dacht, kon zich op de kin kloppen. Al kreeg niemand van
ons ook maar zo’n verwerpelijke gedachte.
Deze tweede en
toch wel vruchtbare dag eindigde onder andere met een fotoshow,
waar alle deelnemende fotografen hun artistieke kwaliteiten
konden tonen. Na de voorstelling van wel ‘duizend’ foto’s
warmden sommigen zich in een weldoende sauna. Anderen gaven niet
op en bemanden alweer de bino’s om de vondsten te determineren:
zweefvliegen en mieren met Gilbert, kevers met Bertie,
nachtvlinders met Marc, van-alles-wat met Peter en met een korte
demonstratie waarbij door Bryan speciale aandacht werd gevraagd
voor de genitaliën (een belangrijk determinatiekenmerk!) van een
spin werd de dag afgesloten.
Dag drie kreeg
weer een ander tintje. Vooral zweefvliegen, hommels, sprinkhanen
en mieren kwamen in de valleien van de Grossweberbach en de
Kleinweberbach onder de loep. Verder bleef er oog voor groen en
paddenstoelen. Een paar Wespendieven demonstreerde ons hoe je in
volle vlucht voedsel kan doorgeven. En dat een ongeluk ook goede
gevolgen kan hebben, bleek toen een paar deelnemers werden
vermist: twee fotografen liepen in hun enthousiasme om de dingen
te verbeelden verloren en tijdens de opgezette zoekactie,
waarbij het GSM-netwerk het verschillende keren liet afweten,
trapte er als het ware iemand op een Hazelworm. Een mooi groot
exemplaar. Je moet maar mazzel hebben. Na de recuperatie van de
verlorenen en met de vele waarnemingen op zak werd zelfs de
regen bij een afscheidsdrink vlug vergeten.
De vlijtige
organistoren Gerda en Bryan zien het voor volgend jaar alweer
zitten. En wij uiteraard ook. We zullen de kalender nauwgezet in
het oog houden.