|
Vlinders van de nacht. Een verslag.
Vlinders van de nacht. Een verslag.
Hugo Verschelden IWG Lampyris
Qua kleur en vleugeltekening zijn nachtvlinders minstens zo
schitterend en aantrekkelijk als dagvlinders. In grootte,
vleugelvorm en bouw van het lijf, variëren nachtvlinders
zelfs veel meer dan dagvlinders. Bovendien zijn er veel
meer soorten om te bestuderen.
Waarom zijn onze ‘motten’,
de vlinders van de nacht,
dan zo weinig gekend?
Lampyris, iwg NP VA+, organiseerde dan ook een
nachtvlindercursus om deze boeiende nachtdieren voor te
stellen en deze vaak miskende soort wat dichter bij ieder
van ons te brengen. Zo een uitnodiging konden we niet laten
liggen.
Met twee goed geïllustreerde theorielessen opende Marc
Zwertvaegher voor ons de nachtelijke hemel. Alle soorten
‘motten’ verschenen voor de lamp op het scherm en werden
uitvoerig voorgesteld. Zowel de specifieke kenmerken voor
determinatie, waardplanten, de vliegtijden en hun
verspreiding kwamen ter sprake. Ook refereerde de spreker
naar de recent uitgegeven veldgids voor ‘Nachtvlinders’
waar de vlinders in rusthouding en op ware grootte worden
weergegeven, wat de determinatie toch wel ten goede komt.
Wat meegebrachte levende exemplaren werden tenslotte als
proef op de som onder de loep genomen. Nieuwkomers konden
onderwijl ook de lichtval waarmee de beestjes gelokt en
gevangen werden, bestuderen. Twee vruchtbare avonden dus en
geladen met een dikke cursusmap keerden we onder de
nachtelijke hemel huiswaarts. Klaar voor de praktijk in het
veld..
Als indianen rond hun kampvuur draaiden we rond de tent. Een
driepoot omwikkeld met wit laken waaronder een lamp brandde.
Bovenop deze constructie prijkte nog een tweede lamp onder
een regenscherm. Het geheel had dus ook een onaards
ruimtetuig kunnen zijn dat daar midden de struiken in de
Vlaamse Ardennen was geland. De nacht zelf was zwoel, stil
en donker. Ontelbare ‘beestjes’ dansten in wilde extase in
het helwitte licht van de kwikdamplampen. Motten ,muggen en
andere gevleugelden landden en renden over het witte doek.
Ook op onze kleren, handen en gezicht streken de diertjes
van de nacht neer. Een komen en gaan. Hun vleugeltjes
flapperden tot ze moe werden en stilletjes op het laken
bleven zitten. Klaar om door een van ons in een
determinatiepotje te worden opgenomen.
Naast de lichttent waren er in verschillende biotopen
meerdere lichtvallen opgesteld en samen met Wim Veraghtert
liepen we langs de bakken. De vangst was die eerste nacht
aanzienlijk. We stonden versteld van de kennis van Wim, die
in een oogwenk de verschillende vlinders op naam wist te
brengen. Sommigen probeerden nog de namen in hun hoofd te
prenten maar het werd ook voor hun hersenen te veel. We
konden de kenner haast niet volgen met noteren. De lijst
groeide met de nachtelijke minuut. Het weer was dan ook
ideaal voor een goede vangst, zei Wim, die ondertussen
alweer een exemplaar ter hand nam.
Het voorspelde onweer bleef gelukkig uit wat de moedigen,
die de nacht in een tentje doorbrachten, geruststelde. Hun
nacht werd echter kort, want na een paar uurtjes slaap
stonden ze bij het eerste daglicht alweer bij de bakken om
ze te ledigen, te determineren en de vlinders hun vrijheid
terug te geven. De lijst werd met nummer 99 afgesloten. Net
geen honderd vlindersoorten.
En al werd het zeldzame ‘Witte weeskind’ niet gezien, de
eerste nacht werd alvast een groot succes.
En er stonden er nog drie op het programma !
|