|
De thema's kunnen algemeen tot
zeer specifiek zijn: optische toestellen, verwerken van gegevens,
inventarisatiemethoden, bodemleven, spinnen, evolutie insecten,
kreeftachtigen, gallen op planten, nestkastjes voor solitaire
bijtjes, vlooien, soorten antennes van insecten, zweefvliegen,
boktorren, dagvlinderjaarverslag, hoe brengen invertebraten de
winter door?...
Suggesties zijn altijd welkom.
Zie voor details in onze activiteitenkalender.
Vragen ?
mail
|
Vlooien.
Wie een avondje wou krabben en ‘scharten’ kon komen genieten van een avondje
vlooien. Want zowel dode als levende vlooien stonden op het programma
van de invertebratenwerkgroep. Normaal zou je verwachten dat daar niemand op
af zou komen maar toch stroomden er nieuwsgierigen toe. Samen met Bryan
Goethals, de specialist, kropen deze moedigen rond de tafel om het spektakel
bij te wonen. Voor de avond was echter geen vlooiencircus gepland, maar hij
was eerder bedoeld om de beestjes wat van nabij te leren kennen. Misschien
zou het aanwezige publiek de vlooien wat meer gaan bewonderen, ook al was de
aaibaarheidfactor van deze diertjes voor de meesten onder hen nul, zoniet
zelfs negatief. Liever dood dan levend.
Tijdens de theoretische en deskundige uitleg bleven we allen nog rustig rond
de tafel. Op een mooie verzorgde determinatiefolder in kleur die Bryan aan
de aanwezigen uitdeelde, konden we de beestjes in hun kleinste details
bekijken. En al voelden sommigen het wel al ergens kriebelen, er kon toen
nog maar weinig gebeuren. We bekeken rustig de vlooien voor katten , vogels
, kippen, egels, mensen … en andere . Allemaal beestjes verschillend
uitgerust voor zowel kort als lang haar, stekels, pluimen….
Dit gedeelte van de avond verliep vrij rustig al klonk er af en toe wat
nerveus gelach. De risico’s op contaminatie kwamen pas na dit theoretisch
gedeelte. Vooral kattenvlooien blijken het lastigste, die geraak je in huis
immers niet zo gemakkelijk kwijt. Het werd nu toch het moment om de beestjes
in levende lijve te onderzoeken. Bryan plaatste enkele dozen op de tafel. En
terwijl ieder een beetje de stoel naar achter schoof opende hij nonchalant ,
als een volwaardig vlooientemmer een van de dozen en goot de inhoud in een
bak. De aanwezige vrouwen en zeker de vrouw de huizes protesteerden. De
mannen gniffelden. Je zag de beestjes acrobatische luchtsprongen maken en
hopelijk met zijn allen in het zaagsel belanden. Zeker was dat niet, doch
onze specialist beweerde dat deze meegebrachte soort zonder gastdier niet
langer dan twee dagen kon overleven. Toch plaatste hij uit voorzorg een
plexiglas op de bak om het ergste te voorkomen. We schoven nu korter bij en
zagen hoe in het zaagsel tientallen of misschien wel meer vlooien en larven
krioelden.
Onze specialist bleef er volkomen rustig bij . Hij lichtte het plexiglas en
bleek absoluut geen last te hebben van de beestjes terwijl hij rustig door
de bak woelde. Toch mislukte zijn optreden enigszins. Want aan de
demonstratie mensenbijten wilden de vlooien niet meewerken. Verschillende
pogingen om dit te demonstreren mislukten. Nochtans hadden de beestjes
in geen dagen gegeten. Het meegebrachte zalfje tegen vlooienbeten werd dan
ook niet gebruikt.
Na deze eerste kennismaking die blijkbaar bedoeld was om ons wat gerust te
stellen begon het echte werk : “ Het de-ter-mi-neren der meegebrachte
soorten”. Iets wat toch altijd weer een leuke bezigheid is op de
avonden van de invertebratenwerkgroep. De dode beestjes werden uit de
diepvries gehaald en onder de microscoop neergelegd waarop we met behulp van
de documentatie aan de slag gingen. Om ook de lezer gerust te stellen , een
mensenvlo zat er niet bij. Al zijn we daar achteraf gezien niet volledig
zeker van, want onze gastvrouw bleek een paar dagen later toch merkwaardige
beten te hebben opgelopen.
hugo verschelden
Slakken
Het leek wel alsof er weer een
van de zeven plagen van Egypte boven het hoofd hing. Na de vlooien stonden
immers de slakken op het programma van Lampyris. Om nog te zwijgen van
de aas- en mestkevers die op latere datum bij de invertebratenwerkgroep
gepland zijn. Maar de golf slakken die over ons en de tafel van de Woeste
Hoogte gleed, viel uiteindelijk best mee. Ronny De Clercq leerde ons immers
die slijmerige beestjes te waarderen. Na afloop van deze invasie keerden we
dan ook met meer sympathie voor deze dieren huiswaarts.
Om te beginnen prikkelde de slakkenspecialist onze
verbeelding met de behuizing van enkele
tropische slakken. Enorme schelpen die gerust
als ‘een hoorn des overvloeds’ met veel lekkers konden gevuld worden. De
meegebrachte exemplaren wrongen zich in linkse of rechtse bochten zoals dat
bij slakken voorkomt. Hun mooi gewelfde vormen en hun prachtige tekeningen
voerden onze fantasie even mee naar tropische eilanden en zeeën, doch Ronny
bracht ons met zijn deskundige uitleg over de kenmerken en levenswijze van
deze weekdieren terug in de realiteit.
Het
geheel werd nog realistischer toen de deksels van de meegebrachte doosjes
werden genomen en de levende slakken over de tafel gleden. De diertjes die
we tussen de bladeren, onder stenen en in donkere hoekjes vonden, bewogen nu
elegant over de tafel. We keken als het ware naar een ministad waarin
elektrische wagentjes, de slakken, geluidloos rondtoerden. Enkele grotere
Afrikaanse individuen, die boven op het deksel van hun doos zaten, bekeken
samen met ons de ‘drukte’ tussen en op de dozen. Botsingen gebeurden er
echter niet , de dieren kruipen immers
gewoonweg zonder pardon over elkaar heen om ergens hun weg te vervolgen. Ook
enige waterslakken, waaronder de poelslak , de posthoornslak en wat
appelslakken kropen in hun aquarium rond. Een poelslak steeg als een kleine
duikboot naar het wateroppervlak om de longen te vullen en gleed weer tussen
de planten naar de diepte. Terwijl een appelslak, die zowel kieuwen als
longen heeft, toch even haar ‘sifon’ als een snorkel uitschoof om te
tonen dat zij meer aan boord heeft.
Maar
genoeg fantasie, wij waren immers samen gekomen om de slakken onder
deskundige begeleiding te determineren . Menig slakje ging dan ook van hand
tot hand om onder de loep te worden bekeken. Naast de naaktslakken waarbij
het wormnaakstslakje wel veel aandacht kreeg, zagen we de huisjesslakken
zoals de doorschijnende glasslak , de donkere glimslak ,de grote glansslak,
het boerenknoopje, het haarslakje (met echt haar !), de gewone- en de
witgerande tuinslak en de segrijnslak (de eetbare petit gris). En tenslotte
waren er nog de twee grote afrikanen die met de mooie familienaam ;‘Achantina’s’
over de
wereld glijden.
Deze glimmende ‘zuiderlingen’
demonstreerden ons nog even hoe geen hindernis voor een slak te veel is. Na
een grondige inspectie met hun tentakels van het voorliggend probleem rekken
ze zich tot de voortip van hun voet, over de hindernis heen, steun vindt.
Dan volgt een bang moment waarbij hun huis over het gapend gat tussen hun
‘teen’ en hun staart lijkt ze hangen. Maar van zodra je denkt dat lukt hem
nooit, wurmt de goeierd heel zijn lijf met bijhorende woning naar de
overkant. Na dit huzarenstuk lijkt hij wel even van zijn prestatie te
genieten om vervolgens zijn weg, naar ergens, verder te zetten. Maar deze
kleine voldoening beelden we ons waarschijnlijk in. In ieder geval krijgen
de slakken na deze avond nog meer van onze sympathie. Ook al zien we ze nog
steeds niet graag in onze moestuin en kunnen we het niet nalaten af en toe
een escargootje te nuttigen.
hugo verschelden
Spinnen onder de loep.
Je vraagt je wellicht af waarvoor de tekening die hier (niet*)
staat, dient. Met wat fantasie lijkt het wel een stuk landkaart waar enkel
nog een kruisje ontbreekt om de schat te vinden. Of is het misschien een of
ander mysterieus symbool. Wij, de nieuwkomers bij de insektenwerkgroep,
konden die rare kronkels en vlekken ook niet kaderen. En dit was niet de
enige tekening die Bryan Goethals voor
ons meebracht. Onze lesgever stond erbij te glunderen. Ook diegenen die al
wat meer van spinnen wisten gniffelden schaapachtig achter hun hand. Zo
zaten wij de tweede avond op spinnencursus.
( *zie in het tijdschrift Meander 5e jaargang nr 2)
In de vorige les maakten we kennis met de spinnenfamilies. Na een deskundige
uitleg konden we aan de slag. Met loupes, bino's, tabellen, tekeningen en
determinatiekaartjes die Bryan eigenhandig had ontworpen, bestudeerden we de
specimen die in alcohol ronddreven of droogjes koel uit de diepvries kwamen.
Levende diertjes lopen immers gewoon weg van de tafel. Als goede studenten
onderzochten we de belangrijkste kenmerken om de spinnen in hun familie te
plaatsen. Met het bekijken van de vorm en grootte van het kop-borststuk, de
aard van de poten, en het aantal en de stand van de ogen waren we aardig op
weg. Zeker met wat begeleiding van onze enthousiaste coach kwam iedere spin
in zijn eigen familie thuis.
In de tweede les zaten we dus nog altijd met die tekeningen voor onze neus.
Maar hoe we ook gokten, onze lesgever diende ons uiteindelijk toch ter hulp
te komen. Hij beweerde bout dat het om de genitalien van spinnen ging.
Aanvankelijk keken we met enig ongeloof naar de getekende edele delen van
die diertjes, want Bryan zit immers nooit verlegen om een grap. Deze keer
was het hem echter ernst. Het blijkt immers dat elke soort spin typische
geslachtsdelen heeft. Het mannetje dat zijn sperma in een paar bulbussen
opneemt, kan enkel paren met vrouwjes van zijn eigen soort. Zijn bulbussen
passen als een sleutel precies bij het juiste vrouwtje. Hij kan dus nooit
vreemd gaan. En vermits de genitalien dus de soort bepalen gingen wij een
avondje edele delen bekijken. Voor de nieuwkomers in de insektenwereld
werd het alweer een nieuwe ervaring.
Allemaal goed en wel, maar de opdracht was moeilijker dan verwacht. Blijkt
dat de verschillende tekenaars toch wel veel fantasie aan de dag legden. Wij
dienden dan ook diep in onze fantasie te graven. Ons werk werd
bovendien extra bemoeilijkt omdat het geslacht van een spinnenmaagd er soms
anders uitziet. Ook de mannelijke spin blijkt na paring soms zijn bulbussen
te zijn kwijtgeraakt. Wij mogen dus nog van geluk spreken … om de
soort te kunnen determineren. Sommigen onder ons bleken er echter toch
aardig mee weg te kunnen en menig spinnetje vond gelukkig zijn/haar partner.
Dit tot opluchting en voldoening van onze spinnenspecialist en lesgever.
hugo
verschelden