|
4-3-5 |
|||
Boomblauwtje Celastrina argiolus ( Linnaeus 1758 )BeschrijvingDe bovenkant van de vleugels is bij het mannetje lichtblauw met een fijne zwarte rand. Het vrouwtje heeft dezelfde basiskleur maar heeft een zeer brede zwarte rand aan de vleugels. De onderzijde van de vleugels is bij de beide geslachten zilvergrijs met kleine zwarte stippen. Meestal zit deze vlinder met gesloten vleugels, zodat de onderzijde het meest wordt getoond.
VliegtijdDe vlinder overwintert als pop en vliegt meestal in 2, maar soms ook in 3 generaties.
De eerste vlinders worden mogelijks reeds eind maart ( week 13 ) opgemerkt. Deze eerste generatie vliegt doorgaans tot eind mei ( week 22 ). Vanaf half juni ( week 24 ) worden de eerste vlinders van de 2de generatie opgemerkt. Deze vlinders leven doorgaans tot eind augustus ( week 35 ). Sommige jaren worden er nog enkele vlinders van een kleine 3de generatie opgemerkt in september en begin oktober. De rups wordt geparasiteerd door een sluipwesp. Daardoor komt deze vlinder jaarlijks in sterk wisselende aantallen voor.
BiotoopHet Boomblauwtje is algemeen over gans Vlaanderen en wordt in alle biotopen aangetroffen. Deze vlinder vliegt, in tegenstelling tot het Icarusblauwtje, ook vaak op grotere hoogte en kan rond toppen van struiken of hooggroeiende klimop aangetroffen worden.
VoedselplantenKlimop, koninginnekruid, kattenstaart, kamperfoelie, sporkehout, braam, e.a.
Waardplant en rupsDe rups is groen en heeft rozerode lengtestrepen op rug en flanken.
De rups is te vinden op sporkehout, klimop, hulst, kattenstaart, struikhei, kardinaalsmuts, e.a. Rode lijst categorieMomenteel niet bedreigd
Meer informatiehttp://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_celaargi
|
|