4-3-6

Bruin blauwtje Aricia agestis ( Denis & Schiffermüller1775 )


Beschrijving

De bovenkant van de vleugels is bruin met nabij de rand een rij oranje randvlekken. De fijne,witte rand ( franje ) van de vleugel is onderbroken door zwarte dwarslijnen ( vleugeladers ). Deze franje slijt echter af en is bij oudere vlinders helemaal verdwenen.

Op de crèmekleurige onderkant zijn talrijke witomlijnde zwarte stippen merkbaar. Deze stippen zijn in de voorvleugel groter dan in de achtervleugel. In tegenstelling tot het Icarusblauwtje is de onderkant van de vleugels niet blauw bestoven.

Er is verwarring mogelijk tussen het Bruin blauwtje met bepaalde bruine kleurvarianten van het vrouwtje Icarusblauwtje.

 

Verschilpunten met de bruine variant van het vrouwtje van het Icarusblauwtje

 

Bruin blauwtje :         -     geen wortelvlekken op onderkant voorvleugel

-         zwarte stippen onderkant voorvleugel groter dan op achtervleugel

-         vleugeladeren lopen door in franje, zodat witte rand onderbroken is

-         geen blauwe bestuiving aan de onderkant van de vleugels

-         volledige rij oranje vlekken vanaf de top voorvleugel tot einde achtervleugel

 

 

Icarusblauwtje :         -     2 wortelvlekken op onderkant voorvleugel

-         zwarte stippen op onderkant voorvleugel en achtervleugel even groot

-         franje is zuiver wit

-         onderkant vleugels aan de wortel blauw bestoven

-         rij oranje maanvlekken lopen niet door tot in de top van de voorvleugel

 

Vliegtijd

De vlinder overwintert als rups en vliegt meestal in 2, maar soms in 3 generaties.

                

De eerste vlinders kunnen eind april ( week 17 ) opgemerkt worden. Deze 1ste generatie vliegt tot half juni ( week 25 ).

Vanaf begin juli ( week 27 ) tot eind augustus ( week 35 ) kennen we de 2de generatie. Sommige jaren vliegt er in september en begin oktober nog een 3de generatie. Deze 3de generatie is minder omvangrijk dan de andere generaties.

 

Biotoop

Deze vlinder houdt van wat schrale vegetatie en is te vinden in de kuststreek en in het noorden van de provincies West en Oost Vlaanderen. Ook rond Antwerpen ( havenuitbreiding ) en in de Limburg ( Maasvallei ) zijn er enkele vindplaatsen. Dikwijls is het vlindertje ook te vinden op recent opgespoten terreinen en zandwinningsgebieden. Ook kanaalbermen hebben dikwijls een minder intensief beheer dan wegbermen en zijn daardoor wat schraler en zo aantrekkelijker voor deze vlindersoort. 

 

Voedselplanten

Ooievaarsbek, boerenwormkruid, duizendblad, rolklaver, kruiskruid, biggekruid, e.a.  

 

Waardplant en rups

De waardplanten zijn Ooievaarsbek, reigersbek en zonneroosje. De eerste 2 plantensoorten zijn typische pioniersplanten en verklaren het voorkomen op opgespoten terrein en in zandig Vlaanderen. Het zonneroosje is meer te vinden in kalkgraslanden en verklaart de aanwezigheid van deze vlinder in de Maasvallei.

                               

Rode lijst categorie

Kwetsbaar

 

Meer informatie

http://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_aricages

http://www.vlindernet.nl/