4-3-8

Citroenvlinder  Gonepteryx rhamni ( Linnaeus 1758)


Beschrijving

Het mannetje is een gele vlinder met bladvormige vleugels. Het vrouwtje is veel bleker, zelf bijna witachtig met een lichte groene schijn op de ondervleugel, en heeft eveneens de kenmerkende bladvormige vleugels. De vleugel heeft niet enkel een bladvorm, maar de aders in de vleugel gelijken ook zeer goed op de nerven van een blad.

De zwarte vlekken, die bij de Koolwitjes opvallen, zijn bij deze vlinder afwezig.

 

Vliegtijd

De vlinder kent één generatie per jaar en overwintert als adult. Deze vlindersoort kan dus een volledig jaar leven. Ze ontpoppen in het begin van de zomer en kunnen leven tot het begin van de volgende zomer. In dit levensjaar zijn er nochtans perioden dat de vlinder actiever is en dus meer gezien wordt. Men spreekt van overwinteraars en 1ste generatievlinders.

                         

Het is gedurende het voorjaar dat de paring gebeurt en het zijn dus de Citroenvlinders, die de winter overleven, die voor het nageslacht zorgen. 

 

Biotoop

De vlinder is voornamelijk te vinden in open loofbossen, doch komt ook voor in parken en tuinen.

De vlinder verkiest in feite de bosrand of een open plaats in het bos boven het dichte bosgebied. Het is ook op deze zonnige plaatsjes dat er veel bloemen groeien en de vlinder voldoende nectar zal vinden.

De vlinder komt in gans Vlaanderen voor, maar is minder aanwezig aan de kust en in de polders.

 

Voedselplanten

Koninginnekruid, braam, paardebloem, vlinderstruik, distel, knoopkruid e.a.

 

Waardplant en rups

Voornamelijk sporkehout, maar ook  wegedoorn.

                                   

 

De rups heeft een donker groene kleur met een bleke zijlijn. De rups is nogal eens te vinden op de hoofdnerf van het blad.

                                       

De pop is een typische gordelpop.

 

Rode lijst categorie

Momenteel niet bedreigd

 

Meer informatie

http://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_gonerham

http://www.vlindernet.nl/