Klein geaderd witje
Pieris napi
( Linnaeus 1758 )
Beschrijving
Bij dit koolwitje zijn de
aders in de vleugels duidelijk zichtbaar. Voornamelijk in de onderkant
van de achtervleugel zijn de aders zeer duidelijk omdat ze grijsachtig
bestoven zijn. De bovenkant van de voorvleugel heeft een zwarte
puntvlek. Deze puntvlek is niet goed afgelijnd en loopt een beetje
verbrokkeld door tot ongeveer in het midden van de voorvleugel.
Vanaf de onderkant ziet men
deze puntvlek als een lichte geel – grijze bestuiving.
Op de bovenkant van de
voorvleugel komen bij het wijfje 2 duidelijke zwarte stippen en bij het
mannetje maximaal 1 stip voor. Bij de eerste generatie mannetjes
ontbreekt deze zwarte stip.
Vliegtijd
Het Klein geaderd witje
overwintert als pop. Zijn vliegtijd vangt gewoonlijk eind maart ( week
13 ) aan en duurt meestal tot begin oktober ( week 40).
Deze vlinder vliegt in 3
generaties en de 2de en de 3de generatie
overlappen elkaar gedeeltelijk.
Biotoop
Het Klein geaderd witje wordt
in alle biotopen aangetroffen, maar heeft een voorkeur voor bos en
weilanden.
Het diertje is niet bang om
in een bos door de schaduw te vliegen, dit in tegenstelling tot het
Klein koolwitje dat meestal de zonnekant verkiest.
Ook in de tuin wordt deze
vlinder aangetroffen, maar niet met de aantallen van het Klein
koolwitje.
Deze vlinder komt in gans
Vlaanderen voor.
Waardplant en rups
De eitjes worden 1 per 1
afgezet zodat de rupsen solitair voorkomen op de waardplant.

De groene rups heeft een gele
rugstreep en een zwakke gebroken gele zijstreep.
De rups is te vinden op
raket, waterkers, look zonder look, pinksterbloem, veldkers en eenmalig
ook op koolsoorten.
Rode lijst categorie
Momenteel niet bedreigd
Meer informatie
http://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_piernapi
http://www.vlindernet.nl/