4-3-16

Klein geaderd witje   Pieris napi  ( Linnaeus 1758 )


Beschrijving

Bij dit koolwitje zijn de aders in de vleugels duidelijk zichtbaar. Voornamelijk in de onderkant van de achtervleugel zijn de aders zeer duidelijk omdat ze grijsachtig bestoven zijn. De bovenkant van de voorvleugel heeft een zwarte puntvlek. Deze puntvlek is niet goed afgelijnd en loopt een beetje verbrokkeld door tot ongeveer in het midden van de voorvleugel.

Vanaf de onderkant ziet men deze puntvlek als een lichte geel – grijze bestuiving.

Op de bovenkant van de voorvleugel komen bij het wijfje 2 duidelijke zwarte stippen en bij het mannetje maximaal 1 stip voor. Bij de eerste generatie mannetjes ontbreekt deze zwarte stip.

 

Vliegtijd

              

Het Klein geaderd witje overwintert als pop. Zijn vliegtijd vangt gewoonlijk eind maart ( week 13 ) aan en duurt meestal tot begin oktober ( week 40).

Deze vlinder vliegt in 3 generaties en de 2de en de 3de generatie overlappen elkaar gedeeltelijk.

 

Biotoop

Het Klein geaderd witje wordt in alle biotopen aangetroffen, maar heeft een voorkeur voor bos en weilanden.

Het diertje is niet bang om in een bos door de schaduw te vliegen, dit in tegenstelling tot het Klein koolwitje dat meestal de zonnekant verkiest.

Ook in de tuin wordt deze vlinder aangetroffen, maar niet met de aantallen van het Klein koolwitje.

Deze vlinder komt in gans Vlaanderen voor.

 

Waardplant en rups

De eitjes worden 1 per 1 afgezet zodat de rupsen solitair voorkomen op de waardplant.

                                 

De groene rups heeft een gele rugstreep en een zwakke gebroken gele zijstreep.

De rups is te vinden op raket, waterkers, look zonder look, pinksterbloem, veldkers en eenmalig ook op koolsoorten.

 

Rode lijst categorie

Momenteel niet bedreigd

 

Meer informatie

http://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_piernapi

http://www.vlindernet.nl/