|
4-3-20 |
|||
Koevinkje Aphantopus hyperanthus ( Linnaeus 1758)BeschrijvingHet mannetje van het Koevinkje is op de bovenkant een zwartbruine vlinder met een witte franje. ( fijne boord aan de rand van de vleugel) De oogjes op de vleugels zijn bijna niet zichtbaar. Op de onderkant is het mannetje iets bleker en dan kan men op de voorvleugel 3 en op de achtervleugel 5 geelomrande, witgekernde, zwarte oogjes vinden. Het vrouwtje is bleker dan het mannetje en de oogjes zijn ook groter, zodat men deze zowel op de bovenzijde als de onderzijde kan opmerken.
VliegtijdHet Koevinkje overwintert als rups en vliegt in één generatie.
Zijn vliegtijd vangt aan half juni ( week 24 ) en de vlinder vliegt tot in de eerste helft van augustus ( week 33 ). De meeste Koevinkjes zijn begin juli te zien ( week 27 ).
BiotoopHet Koevinkje leeft in ruige graslanden. Het liefst in een open bos of langs een bosrand. In zijn biotoop komt hij dikwijls massaal voor. In de tuin is deze vlinder normaal niet te zien.
VoedselplantenBraam, distel, knoopkruid, koninginnekruid, e.a.
Waardplant en rupsHet vrouwtje dropt de eitjes meestal al vliegend over een grasland.
De rups is een okerkleurige geelachtige rups, met een donkere lengtestreep op de rug. Op de flanken heeft de rups een witte lengtestreep. De rups voedt zich met grassen zoals dravik, zwenkgras, beemdgras, witbol, struisgras, e.a.
Rode lijst categorieMomenteel niet bedreigd
Meer informatiehttp://www.instnat.be/content/page.asp?pid=FAU_VL_aphahype
|
|